Ontstaan
Het kompas is een zeer handig toestelletje dat de chinezen 2000 jaar geleden al gebruikten om over de oceaan te varen zonder rond te zwalpen. De magnetische naald van het kompas wijst immers altijd naar hetzelfde punt, namelijk het magnetische noorden.
Omdat dit zo handig was, heeft men nog 3 andere windrichtingen vastgelegd: het zuiden, het oosten en het westen. Zo onstond de windroos.
Later ondervond men dat dit nog niet nauwkeurig genoeg was en verdeelde men de windroos in 360 gelijke deeltjes: de graden. (0°=noorden, 90°=oosten, 180°= zuiden, 270°=westen) |
 |
Verschillende soorten
Kompassen zijn er in alle maten en alle soorten.
|
1. Kaartkompas
Het kaartkompas is een doorschijnend plastic plaatje met daarop het het kompashuis. Het doorschijnend plaatje is praktisch als je het kompas op de kaart legt. Dit kompas heeft geen vizier, alleen een richtingspijl. |
|
2. Vizierkompas
Het vizierkompas heeft een mikpunt of vizier.
a)Het Zwitsers legerkompas schuift uit een rechthoekig doosje met in het midden een lange groeve.
Deze groeve is het mikpunt. |
| |
b) Het Amerikaans legerkompas zit in een rond doosje. Het deksel heeft een grote spleet met een koperen draadje om door te mikken. Anders dan bij de andere kompassen zit de windroos vast aan de wiebelende kompasnaald. |
Afwijkingen
- De magneetnaald in ons kompas geeft steeds het magnetische noorden aan. Dit magnetische noorden ligt niet op dezelfde plaats als het geografisch noorden. Het verschil noemt men magnetische declinatie en is uiteraard anders op iedere plek. In België is dit verschil minder dan 1 graad en dus verwaarloosbaar.
- Metalen omgevingen verstoren de kompasnaald. Bv: auto’s, spoorwegen, hoogspanningskabels, horloges,…
- Door je kompas niet horizontaal te houden, krijg je een foute aanwijzing. De kompas-naald sleept dan met een einde over de bodem en kan dan niet meer vrijuit draaien.
Hoe je kompas gebruiken?
Er zijn 6 kompas-basistechnieken: oriënteren van de kaart, een opgelegde kompasrichting volgen op het terrein, je kompasrichting bepalen op de kaart, een kompasrichting meten op het terrein, een gemeten kompasrichting overbrengen op de kaart en de plaats waar je je bevindt, terugvinden op de kaart.
Hieronder worden de eerste drie besproken.
Jojo's moeten de eerste 2 zeker kunnen, givers en VT's moeten ook met deze basistechnieken kunnen spelen.
- Oriënteren van de kaart
Met behulp van het kompas kan je een stafkaart oriënteren. Het noorden ligt ALTIJD bovenaan op een stafkaart. Leg de kaart plat op de grond met het kompas erop. Draai de kaart zo dat de verticale rand (de Y-as) van de kaart evenwijdig loopt met de richting van de kompasnaald. Je kaart ligt nu correct: de bovenzijde wijst nu naar het noorden
- Een opgegeven looprichting
bv: Je moet 1 kilometer op 105° lopen.
Je stelt de opgegeven richting in op het kompas. Dit wil zeggen dat je de gradenschijf moet ronddraaien tot het opgegeven aantal graden samenvalt met de richtingspijl.
Draai nu het kompas tot de naald naar het nulpunt van de gradencirkel wijst.
(Bij kompassen waar twee lichtgevende streepjes bij het noorden van de kompasroos staan, staat de naald dan precies tussen die twee streepjes.) Dit heet het laten inspelen van de kompasnaald. De richtingspijl of het visier geeft nu de looprichting aan.
Zoek herkenningspunten in de verte (een grote boom, paaltje,... ) en stap er naar toe. In een open veld kan je iemand vooruit sturen als herkenningspunt. |
 |
- Kompasrichting op de kaart bepalen
Wanneer je van punt A naar punt B wil gaan en je zo weinig mogelijk afstand wil afleggen, ga je recht op recht. Om te weten in welke richting je bestemming B ligt, moet je de kompasrichting bepalen. Voor deze basistechniek kan je een gradenboog of een kompas gebruiken.
Stap 1: Leg je kaart naar het noorden. (zie 1. Oriënteren van de kaart)
Stap 2: Verbind je beginpunt A met je bestemming B door een rechte lijn. Leg de zijde van je kompas op deze lijn met de richtingspijl naar het doel (B).
Stap 3: Draai enkel het kompashuis, niet het kompas, tot de naald naar het nulpunt van de gradencirkel wijst (d.i. : de naald moet tussen de 2 dikke strepen in het kompashuis liggen).
Stap 4: Het aantal graden kan je nu aan het begin van de richtingspijl aflezen.
S. Drongo
|